Historiek

“Chiro Sint-Jan Staden is binnen de gemeente al ruim 65 jaar één van de actiefste verenigingen. Ward Bruyninckx, gewezen nationaal chiroproost, schreef ooit dat er voor een goed samenleven drie soorten mensen nodig zijn: denkers, doeners en zieners. Van de eerste zijn er in verenigingen meestal teveel. Van de tweede te weinig en de derde soort is al helemaal zeldzaam. Eén van de sterke kanten van onze Chiro is dat het evenwicht tussen doeners en denkers over generaties heen nu eenmaal andersom lag en ligt. De Doeners en de denkers schieten nog meestal goed met elkaar op ook. Concreet heeft dit zich altijd vertaald in een snelle inschakeling van het denken in functie van het doen, van de praktijk en van het organiseren.”

Deze passage komt uit het voorwoord van het boek over Chirojongens Staden ter ere van ons 50 jaar bestaan. Ondertussen dateert het boek van het jaar 2000, we hebben in 2010 al ons 60-jarig bestaan gevierd en toch is deze stelling actueler dan ooit. Dit jaar vierden we onze 65 ste verjaardag. In 15 jaar tijd zijn een heel pak leiders de revue gepasseerd, en nog steeds is het gezond evenwicht van doeners en denkers aanwezig, waardoor Chirojongens Sint-Jan Staden nog steeds de actieve en dynamische jeugdbeweging is waarover men in 2000 sprak. De leidingsploeg telt dit jaar 12 leiders. 

De eerste stappen (1950-1954)

Chiro zoals we het kennen is uitgegroeid uit wat men de ‘patronaten’ heette. Patronaten waren een wijdverspreide vorm van katholiek jeugdwerk die hun oorsprong kennen in het Frankrijk van de 19eeeuw. In België staken de eerste patronaten, onder andere in Gent, Brussel en Luik, de kop op vanaf 1850. Ze werden opgericht door priesters en leken en moeten onderwijs, ontspanning en morele bescherming bieden aan jongeren uit de arbeidersklasse. Godsdienst was de basis en drijfveer. In de tweede helft van de 19e eeuw kenden de patronaten een stevige opgang en rond 1900 ontstaan uit de patronaten turnclubs, voetbalploegen en fanfarekorpsen. In 1904 kende België 513 jongens- en 344 meisjesgroepen. Tijdens de Eerste Wereldoorlog stonden patronaten onder druk. Infranstructuur werd voor militaire doeleinden gebruikt en na de oorlog ontstonden andere jeugdbewegingen zoals de Scouts en de Katholieke ArbeidersJeugd (KAJ). In oktober 1934 verscheen het vernieuwde tijdschrift “Hat Katholiek Patronaat” met als hoofdartikel “Nieuw Leven” van E.H. Cleymans. Hij wil de patronaten nieuw leven inblazen met spel in open lucht, ridderschap in dienst van Christus-Koning, een uniform, kentekens en de christus-banier.” Met de chi-rho in haar plooien.” CHIRO is geboren.

Algemeen ziet men Chiro als voortvloeisel van de patronaten. Voor onze chiro in Staden is dit echter niet het geval. In zijn geschiedschrijven “Staden” (1942) vermeldt gemeentesecretaris Alidor Vangheluwe als overkoepelend jeugdwerk het “Mannelijk Jeugdverbond voor Katholieke Aktie en het Vrouwelijk Jeugdverbond voor Katholieke Aktie. Na de Tweede Wereldoorlog kent staden in de persoon van onderpastoor Vereecke een dynamische persoonlijkheid die zich inzet voor de Stadense bevolking, in het bijzonder voor de jeugd. Hij is de oprichter van de KAJ, een jeugdvereniging die zich richt tot de jongeren boven de 14 jaar. Door de oorlog is de KAJ volledig buiten werking gesteld. In 1942 heeft ze geen voorzitter meer en telt ze slechts 12 leden. Na de oorlog kent de KAJ een nieuwe bloei. Omdat er zelfs sprake is van een teveel aan leiders, spreekt pastoor Vereecke enkele KAJ-leiders aan om de Chiro op te richten. Op die manier moet er ook een jeugdbeweging komen voor kinderen onder de 14 jaar. Op kamp met de KAJ wordt ook Pol Beernaert aangesproken. Pol, die reeds 24 is, vindt zichzelf wat te oud om zoiets nog lang vol te houden, maar de belofte van de parochieherder om na drie jaar voor opvolging te zorgen, trekt Pol over de streep. Onderpastoor Vereecke wordt echter na drie jaar overgeplaatst naar Zwevegem-Knokke. Pol blijft nog zeven jaar als leider actief. Hij legt op die manier de fundamenten voor de Chirojongens die we nu nog altijd zijn.

De eerste chironamiddag vindt plaats op zaterdag 10 juni 1950. Alle kinderen vanaf het 4de tot en met het 8ste leefjaar zijn welkom. Pol kan een twintigtal kinderen verwelkomen, maar geleidelijk aan stijgt dit aantal. Het eerste kamp vindt plaats in het tweede werkjaar. Gedurende een vijftal dagen slaan ze hun tenten op in zevenkerke, bij Brugge. Het bivak telde een twintigtal leden. Ook dan al vormt het kampvuur de afsluiter van het bivak. De kinderen gaan hout sprokkelen en spelen toneel in het schijnsel van het vuur.

We breiden uit

Op tien jaar tijd groeien Chirojongens Staden uit van een schuchtere groep tot een zelfbewuste jeugdbeweging met ieder jaar een stijgend ledenaantal. Het werkjaar 1954-1955 werd ingezet met 6 leiders, 17 burchtknapen en 21 knapen. In 1964 zijn 14 leiders, 56 burchtknapen, 20 knapen, 15 kerels en 2 aspiranten ingeschreven.

De groeiende chirobewegeging heeft een sterke nood aan gevormde leiders. De leiderskring, de maandelijkse sector- of gewestavonden en de scholingscursussen en –bivakken zijn daarvoor ideale momenten van vorming. Chiro betekent een weekend vol activiteiten. Op zaterdagavond ontspannen de leiders samen vanaf 17u30 en daarna volgt de leiderskring. Tot op de dag van vandaag gebeurt hetzelfde. Het enige verschil is dat de leiders nu om 18u30 samen een moment van ontspanning beleven en de leiderskring niet meer wordt ingeleid door een gebed. Op zondag gaan de leiders in deze periode naar de mis, de kernvergadering en de repetitie van de muziekkappel. De namiddag zelf begint om 14 uur.

De afdelingen krijgen een nieuwe impuls. In 1966 veranderen de burchtknapen en knapen in rakkers en toppers. De Stadense Chirojongens starten het werkjaar ’66-’67 met 62 rakkers en 36 toppers. Hoewel niet zo bedoeld, ontwikkelt een speelclubwerking zich vanaf 1967 in plaatselijke groepen tot een volwaardige afdeling. Vroeger kende Chiro al jongknapen (7-10 jaar). Jongknapen waren in Staden nooit te bespeuren, maar toch verschijnen in ’67-’68 voor het eerst 23 speelclubbers op de Stadense ledenlijsten. Kinderen zijn nu vanaf het 2e leerjaar welkom. Hoewel de West-Vlaamse Chiro niet meteen te vinden is om jongere kinderen in de beweging toe te laten, is de vraag toch levendig bij de ouders. Daarom sijpelen de jongere broertjes ook stapsgewijs de chirogroep binnen. Meegaan op bivak kan echter slechts vanaf tien jaar. De speelclub wordt meteen een waar succes en deze uitbreiding zorgt voor een flinke toename van het ledenaantal.

De afdelingen van toen hadden duizend en één dingen om zich te amuseren. Blikvangers bij de rakkers zijn cyclocross op Zonneburcht en een batman-spel in de steen-oven. Verder zijn er tafelspelen in tornooivorm met onder andere paardenwedren, zeeslag, een groot bankspel en 100 000 of niets. De toppers vinden zichzelf terug in exploratietochten, dropping en nieuwe balspelen. Bij de kerels staat het spelen nog hoog aangeschreven. Met de oudste afdeling gaan ze vaak buiten Zonneburcht zoeken. Door het hoog ledenaantal zijn ze ook af en toe op het stadense voetbalplein te vinden.

In 1969 bestaan Chirojongens Staden plots 20 jaar. Dit is opvallend want in 1965 vierden ze nog hun 15-jarig bestaan. Wat de reden voor deze eigenaardige telling mag zijn, is niet echt bekend. Misschien hebben ze het juist want als we 10 juni 1950 in een eerste werkjaar stoppen dan wordt ’68-’69 inderdaad het twintigste. Hoe dan ook, deze telling blijft behouden tot de leidingsploeg in 1999 beslist om de feestelijkheden een jaartje uit te stellen en pas in september 2000 het 50-jarige bestaan te vieren.

Een impuls om verder te vernieuwen

Vroeger was het de hoofdleider die het heft in handen nam tijdens de leiderskring. Vanaf 1969 ligt die verantwoordelijkheid nu bij de leiders ‘van piket’, die naast enkele praktische taken ook de leidersontspanning op zaterdagavond en de openingsronde op zondagnamiddag voorbereiden.

De zoektocht van Chiro naar een andere en betere wereld en haar maatschappijkritische visie sijpelt ook door in haar jaarthema’s. Slogans als “De groep Chiro met Krachtlijn K” (’69-’70), “Impuls ‘70” (’70-’71), “Het kan anders” (’71-’72), “Feest voor alleman” (’72-’73), “We hebben je hard nodig” (’75-’76), “We kunnen er iets aan doen” (’76-’77), “Prik veer, probeer” (’77-’78), “Daar gaat de vlieger op” (’78-’79), “Alleen woon je te klein” (’79-’80) laten uitschijnen waarvoor Chiro staat in deze periode.

Nachtdropping

Op winterse zaterdagavond in februari groeit een nieuwe activiteit in de jaren ’70 uit uit tot een stevige Stadense traditie: de nachtdropping. Deze jaarlijkse wandeling is aanvankelijk bedoeld voor de aspiranten, maar ook leiders stappen mee. Geblinddoekt en met het kompas op zak worden ze na de leiderskring met de auto weggevoerd naar plaatsen op 15 tot 25 km van Staden. Oponthoud in verschillende kroegen zorgt niet alleen voor sterk uiteenlopende aankomsttijden, maar voor de nodige hilarische fratsen. Begin jaren ’80 evolueert de dropping tot een speurtocht-wandeling met een hapje onderweg of een maaltijd bij aankomst, waar ook oud-leiding en ouders aan kunnen deelnemen.

Het nieuwe uniform

Het einde van de jaren ’60 heeft begrippen als democratie, inspraak en openheid mondgemeen gemaakt. Ook binnen de Chiro is er sprake van een golf van democratisering. Er wordt een ‘democratisch’ leidingstype naar voren geschoven, dat met veel minder uiterlijke tekens van gezag en aanzien in de afdeling staat. Een veruitwendiging van deze nieuwe benadering is de keuze voor een nieuw uniform in 1974. Deze beslissing legt een spanning tussen verschillende mensen binnen de Chiro bloot. Vele leid(st)ers vinden de stap te vlug gezet en omwille van principiële of sentimentele redenen blijven zij nog lang trouw aan het oude uniform. Ook bij de Stadense Chirojongens verloopt de intrede van het nieuwe uniform niet zonder slag of stoot. Het sleept vele leiderskringen aan alvorens de leidingsploeg door de zure appel heen bijt. De realiteit – de oude uniformen zijn immers niet meer te verkrijgen – dwingt tot verandering. Pas in het werkjaar ’75-’76 wordt het nieuwe uniform aan het hart gedrukt. Het compromis tussen de harde lijn en de vernieuwers is het nieuwe uniform, maar dan wel perfect gedragen.

Paint it Black

In het voorjaar van 1992 wordt mogelijk wat voorheen bij de Chirojongens nooit mogelijk was: een fuif. Paint It Black, naar het liedje van de Rolling Stones, is de naam. Wat vroeger altijd afgescheept werd als tegenstrijdig met de chiro-idealen, wordt nu een hulpmiddel om de financiële toestand te verbeteren. Dit neemt echter niet weg dat de Paint It Black een echt chirogebeuren blijft. De nadruk ligt op creativiteit. De inkleding van zaal Blommenhof krijgt vanaf het begin speciale aandacht, zakdoeken als ingangskaarten doen in ’93 hun intrede en UNO-spelkaarten worden gebruikt als strooibriefjes. Tot in 1999 wordt de muziek door de leiding zelf gedraaid. Vanaf 1994 worden sponsors achterwege gelaten en in 1996 wordt Blommenhof voor één keer ingeruild voor een open-tent-editie op het chiroplein. De Paint It Black wordt een gevestigde waarde bij de Chirojongens. Begin jaren 2000 werd een nieuw concept uitgeprobeerd: de ‘Garden Freak Party’, in een grote tent op het chiroplein. Er wordt echter vlug weer naar de oude formule teruggegrepen.

Het Reservaat

In 1995 zonderen een groepje kerels en aspi’s zich net voor het bivak samen met enkele leiders af van de buitenwereld. Een drietal dagen treden ze binnen in het reservaat. Portefeuilles en uurwerken zijn taboe, er wordt geleefd op het ritme van de natuur en elk contact met de buitenwereld wordt gemeden. Werk wordt afgewisseld met sport en bezinning. Het idee achter het reservaat is tweeledig. Enerzijds wordt tijd gemaakt om in groepsverband te werken aan een mooie inkleding, aandenkens en andere benodigdheden voor het bivak en om het plein wat op te knappen, anderzijds wil de leiding aan de deelnemers dat stukje inhoudelijke bagage meegeven dat anders te veel in de kast blijft steken.

De oranje tent

De grote blauwe tent, in 1991 aangekocht blijkt niet echt functioneel te zijn. Het is een logge constructie en vraagt enorm veel tijd en moeite om op te zetten. De leiding besluit een nieuwe grote tent te maken, die op kamp als refter kan gebruikt worden en die tijdens het jaar kan verhuurd worden. De ronde gele circustent van Chiro Houthulst staat model. Het zijn vooral Andy Versmeersch en Kurt Grymponprez die de realisatie van de achthoekige oranje circustent mogelijk maken. Uiteindelijk wordt de blauwe tent behouden als refter op bivak en doet de nieuwe oranje tent in Canterbury voor het eerst dienst als speeltent. De oranje tent blijft speeltent, maar blijkt tijdens het jaar een mooie bron van inkomsten. Verschillende keren per jaar slaan de leiders de tent op om te verhuren. Frandeux 2002 is het laatste kamp waar de blauwe tent als refter wordt gebruikt. Vanaf 2003 tot op de dag van vandaag vervult de oranje tent deze functie. Er werd een gele circustent aangekocht om als speeltent te fungeren.

Canterbury ’96: de start van het buitenlands kamp

In het voorjaar van 1995 begint bij enkele leiders het idee te rijpen om een bivak in het buitenland te ondernemen. Het voorstel wordt echter op de leiderskring niet door iedereen met evenveel enthousiasme onthaald. Er zijn minstens evenveel voor- als tegenstanders. De initiatiefnemers krijgen echter het voordeel van de twijfel en in augustus ’95 steken leiders Bart Vervaele, Marino Van Ysacker en Koen Bostoen, samen met oud-leiders Pieter Bouckaert en Henk Vermeulen het Kanaal over met de opdracht een kampplaats voor het bivak ’96 te zoeken. Actieterrein is Kent, de provincie in het zuid-oosten van Engeland. Deze streek biedt veel voordelen: het is overzee, maar toch dichtbij, er is een aanzienlijk cultuurverschil en een prachtige natuur. Een kampplaats vinden blijkt echter geen makkie te zijn. Een groep van 120 personen boezemt blijkbaar bij veel landeigenaars enige angst in en vaak is het moeilijk om door te dringen tot het complexe netwerk van landheren, grondbezitters, pachters en lenende landbouwers. Uiteindelijk keren ze toch met een mondelinge overeenkomst voor een prachtige kampplaats in het dorpje Wye terug. Na hun reis komt de ‘Bivak-Engeland-molen’ pas goed op gang. Na de nodige discussie wordt op de leidingskring besloten dat de leidingsploeg pro bivak Engeland is. Het advies van de ouders moet echter ook ingewonnen worden. In september wordt een gespreksavond opgezet, gevolgd door een enquete. Daaruit blijkt dat 90% van de ouders voluit kiest voor een Engels bivak. De voorbereidingen kunnen beginnen. Er komt echter vlug een domper op het enthousiasme wanneer eind oktober het bericht binnenkomt dat de eigenlijke kampeigenaar, voorheen hadden de verkenners enkel met de beheerder contact, de Chirojongens niet zou toelaten op haar kampterrein. Drie leiders vertrekken midden in de voorbereidingen voor het oudersfeestje naar Kent om een nieuwe bivakplaats te zoeken. Twee kampplaatsen worden geschikt bevonden en op de kampverkenning met de volledige leidingsploeg in december wordt uiteindelijk gekozen voor het kampterrein van Sir Hulme in Canterbury. Een oude kalkmijn, gebruikt als weide, wordt een prachtig en avontuurlijk speelterrein. Midden in de natuur en toch op een steenworp van de historische stad Canterbury. Omdat de leiding ervoor opteert alles zelf te organiseren, wordt de voorbereiding van het bivak een zware dobber. De grootste problemen zijn de organisatie van de reis, het transport van het materiaal en het vinden van tenten. Dit laatste euvel wordt overwonnen door een nauwe samenwerking met de plaatselijke scouts. Tijdens de voorwacht vinden de leiders de nukkige ‘landlord’ Sir Hulme altijd bereid bij te springen. Tijdens het bivak zelf staat het contact met de (Engelse) buitenwereld centraal. Er worden zoveel mogelijk activiteiten georganiseerd die toelaten om iets bij te leren: er wordt samengewerkt met de scouts, een rugbymatch voorafgegaan door het aanleren van de echte spelregels wordt opgezet door de zoon van de kampeigenaar, de kleinsten bezoeken een echte Engelse sheep farm, de oudsten trekken naar Londen, verschillende stadspelen in Canterbury vinden plaats… Voor het kampthema “Een Cake in de spiegel” wordt zelfs een ware tribune voor 120 man gesjord. De bezoekdag veroorzaakt een ware volksverhuis uit Staden. Om de uitstap naar Engeland de moeite waard te maken, wordt een verblijf van twee dagen voor de ouders georganiseerd. Kortom, Canterbury ’96 is een hoogtepunt in de geschiedenis van Chirojongens Staden.

Na Canterbury hebben nog twee buitenlandse kampen plaatsgevonden. In 2001 trekken de Chirojongens naar Nederland. De kampplaats is uitzonderlijk, het geheel vindt namelijk plaats middenin een bos in Bakel. Wellicht was dit het meest riskante kampvuur in onze geschiedenis. In 2006 vindt het kamp plaats in yzeux, Frankrijk. Yzeux is een gehuchtje nabij Amiens. Sindsdien zijn nog enkele pogingen ondernomen om een buitenlands kamp te ondernemen, maar door het vele papierwerk is het er niet meer van gekomen.

Chiro in de 21e eeuw.

De wereld staat niet stil en dus ook de wereld van Chirojongens Staden niet. Sindsdien is het robinsonplein grondig veranderd (De grote houten toren is neergehaald en vervangen door een veilig speelplein), de muziekkappel is helaas tot een einde gekomen en er is een grote stenen nieuwbouw bijgekomen als opslagplaats voor het materiaal. In september 2010 bestaan we 60 jaar (!). Er wordt een driedaags feestweekend georganiseerd met een streekbierenavond, stoet door Staden, kindernamiddag, optredens van bandjes, fuif, bezinningsmomenten en ribbekip.

Het uniform is opnieuw veranderd. De oude hemden zijn niet meer verkrijgbaar. Het uniform is bewegingskledij geworden met een modernisering van het hemd en de kousen. Velen houden echter nog vast aan de oude kledij. Verandering is altijd een beetje eng. Anno 2015 telt Chirojongens Staden 12 leiders en 126 ingeschreven leden.

afbeelding: